Foppen

De natuur kan je soms voor de gek houden. Soms zie je wat anders dan wat er werkelijk is, zoals vandaag toen ik de eerste paardenbloem zag bloeien. Het bloemetje stond nog wat als een trompetje en daarom dacht ik in eerste instantie dat het speenkruid was. Daar vond ik het eerder de tijd voor. In de herfst heb ik wel eens dat ik een blad van de boom zie vallen en even denk dat er een vlinder langs vliegt. Misschien heb je dat ook wel eens.

Hele goede foppers vind ik paddenstoelen. Zo heb je bijvoorbeeld meniezwammetjes die eruit zien alsof iemand met verf op een boomstam gelekt heeft. Ik heb ook wel eens een Judasoor gezien en dat leek ook best op een oor. Heel treffend vond ik de blauwe kaaszwam. Die lijkt echt op schimmelkaas, maar het is dus een schimmel die op kaas lijkt. Ook de porseleinzwammetjes die in grote getale op de takken van een doodgaande boom kunnen staan lijken zo uit een Chinese porseleinfabriek te zijn gekomen. Ze glimmen net zo. Er zijn zelfs zwammen die eruit zien alsof iemand de schillen van een mandarijntje op de grond heeft gegooid.

De bovenstaande foppers hebben allemaal niet geweten waar ze op leken, toen ze zich ontwikkelden tot deze schimmelvruchtlichamen. Zo was het Judasoor er al ver voor Christus – hoe zou hij toen geheten hebben? – en de blauwe kaaszwam, de porseleinzwam en het meniezwammetje bestonden al ver voordat de mens deze producten bedacht.

Ik liep ooit stage in Costa Rica. Daar leeft de koraalslang, een slang met een zeer dodelijk zenuwgif. Hij heeft banden in de kleuren rood, zwart en gelig om zijn dunne lijf. Ik heb hem wel eens in het echt gezien. Hij is erg klein en kruipt snel weg, als er mensen aankomen. De valse koraalslang heeft dezelfde kleuren, maar in een andere volgorde. Deze soort is niet giftig. Hij is dus eigenlijk minder vals dan de echte koraalslang, maar hij fopt je dus met de kleuren die lijken op de echte.

In Nederland zie je dergelijke voor-de-gek-houderij op een onschuldiger vlak. Zo imiteren sommige insecten die niet kunnen prikken steekbeesten om andere dieren schrik aan te jagen. Een zweefvlieg trekt gewoon een zwart met gele streepjespyjama aan en houdt belagers daarmee op veilige afstand. ‘Pas op! Ik ben een wesp!’, zegt hij.

Van dat vallende blad dat op een vlinder lijkt, maakten de Japanners zelfs een soort spreekwoord. Dat gaat ongeveer zo: ‘Een vallend blad in de herfst lijkt vaak op een vlinder in het voorjaar.’ Het verlangen naar de jeugd blijft dus ook op oudere leeftijd bestaan. Gefopt!

2017-09-22T11:48:27+00:00 21-03-2017|blogs, dieren, natuur, planten|

Geef een reactie