Stinzenplanten en woordgrapjes

Negentien jaar geleden ging ik wonen waar ik nu nog woon. We bouwden een Fins huis aan de rand van een door kruidkoek en stokvis bekend geworden Hanzestad. De wijk waar ik woon grenst aan een landgoed waar het fijn wandelen is. Op dit moment bloeien daar her en der wat stinzenplanten. Dat zijn planten die ooit bij chique buitens werden geplant en nu verwilderd zijn. Onze beroemde tulp vindt een voorvader in de bostulp en onze krokus in de boerenkrokus. Er zijn veel meer stinzenplanten. Denk aan veel bolgewassen en aan longkruid, keizerskroon en kievitsbloem. Ze kwamen ooit zo exotisch binnen als de goudvissen in centrum Veenendaal en nu zijn het vaak beschermde soorten.

Ook voor mijn huis staan stinzenplanten in het gras. Ik heb daar ooit krokussen geplant. Het was een ondeugende daad en vanwege het risico dat de gemeente mij dwingt ze eruit te halen, heb ik graag dat iedereen zwijgt over deze actie. De bloemen komen ieder jaar terug en de buurt vindt ze mooi. Af en toe moet ik kinderen uitleggen dat ze niet om te plukken zijn. Hoe meer ze lijken op de wilde boerenkrokus, hoe beter ze zichzelf in stand houden op het gemeentegras.

Ik ben opgegroeid in Friesland, in Hardegarijp en Sneek. Daar in de buurt zijn echte stinzen en stinzenbosjes, herkenbaar aan de gracht rondom het huis of de plek waar dat huis vroeger stond. Als middelbare scholier was ik lid van een jeugdclub van natuurvrienden. Wij telden jaarlijks de reigers die broedden in het stinzenbosje bij Rauwerd, het oude Jongema State. Daar kon je nog echte oorspronkelijke stinzenplanten vinden. Opvallend grote hoeveelheden holwortel stonden daar en een enkele bostulp en keizerskroon.

Onder het reigers tellen keken we dus naar boven om hun nesten te tellen, alleen de bewoonde nesten van dat jaar, en naar beneden voor de bijzondere flora. De reigerkolonie broedde samen met veel roeken. Maarten, een lid van de club met veel vogelkennis, maakte graag woordgrapjes. Hij zei dat de reigers nooit roekeloos broedden. Dat klopte nog met de oude spelling zonder tussen-n. Er viel ons nog wat op aan de vegetatie onder de nesten. De holwortel en andere planten werden wit van de vogelpoep. We vonden dat wel wat voor een leraar met een deftig accent die we hadden op school. Hij zou zich in die bekakte omgeving prima op zijn plaats voelen. Holwortel heet zo omdat de wortel van deze plant hol is, niet omdat er geneeskrachtige werking uitgaat van het steken van die wortel in je hol (het peen in the ass-principe).

Zou over honderden jaren dat veldje voor mijn huis nog bestaan en zouden de krokussen er nog steeds terug komen? „Hier stond vroeger een Finse stins”, zegt men dan. Zouden de krokussen dan net zo talrijk zijn geworden als de holwortelplanten in het stinzenbosje van Rauwerd? En zouden er dan nog flauwe woordgrapjes gemaakt worden over stinzenplanten, vogels en andere dieren?

Zo in het voorjaar is het extra mooi om in Friesland en Groningen eens te wandelen rond de stinzen en borgen of rond de buitens in andere provincies. Kijk dan ook eens of er een reiger reigt, roekeloos broedt of de boel bekakt maakt. Misschien is er anders wel een aalscholver die alen scholft, een otter die ot of een bever die beeft. De natuur inspireert.

2017-09-21T10:42:29+00:00 14-03-2017|blogs, dieren, natuur, planten|

Geef een reactie